Jaarbeurslaan 17 bus 21, 3600 Genk info@certafin.be

Overdracht van niet-volgestorte aandelen

Wat gebeurt er als een aandeelhouder zijn aandelen overdraagt vóór de volstorting ervan? Ook onder het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) blijft die vraag relevant.

Oud versus nieuw

Het oude Vennootschapsrecht legde voor de meest relevante vennootschapsvormen een minimum maatschappelijk kapitaal op. Voor een bvba bedroeg dat minimumkapitaal 18.550 euro, en voor een nv, 61.500 euro. De aandeelhouder moest die som niet meteen volledig aan de vennootschap storten. Het minimale vol te storten kapitaal bedroeg voor de bvba, 20% – met een minimum van 6.200 euro, en voor de nv, 25% – met een minimum van 61.500 euro.

Vandaag, onder het WVV, kent alleen nog de nv een minimum maatschappelijk kapitaal (waarvan nog steeds minstens 25% volgestort moet worden – met een minimum van 61.500 euro).
De opvolger van de bvba, de bv, heeft geen minimum maatschappelijk kapitaal meer. 

Cassatie over de volstortingsplicht

Wat gebeurt er met de volstortingsplicht als de aandeelhouder zijn aandelen overdraagt vóór de volstorting? Komt de volstortingsplicht dan bij de nieuwe aandeelhouder te liggen of blijft die hangen bij de vorige aandeelhouder?

Onder de vroegere wetgeving bestond er enkel voor de nv’s een uitdrukkelijke regeling. Het betrokken artikel bepaalde dat de ex-aandeelhouder na de overdracht nog steeds ten belope van het niet-volgestorte bedrag moest bijdragen in de schulden van vóór de openbaarmaking van de overdracht.

Die regel is eigenlijk ingegeven door de vrees dat de aandeelhouder zijn aandelen zou overmaken aan een onvermogend iemand. Stel dat de nv in financiële problemen komt, terwijl de aandeelhouder nog 200.000 euro moet storten. Als de aandeelhouder de aandelen dan zou overdragen aan een andere, bijvoorbeeld lege vennootschap, zouden de schuldeisers geen baat meer hebben bij het vervolgen van de aandeelhouder voor de volstorting van de aandelen.

In een arrest van 2 september 2022 doet Cassatie uitspraak over de oude regeling, maar dan voor de bvba. En voor de bvba bestond er, in tegenstelling tot de nv, geen uitdrukkelijke wetsbepaling. Het Hof van Beroep van Gent had daaruit afgeleid dat schuldeisers van de bvba géén volstorting konden eisen van de ex-aandeelhouder.

Het Hof van Cassatie verbreekt dat arrest. Het hof oordeelt dat onder de vorige wet:
a) de overdrachten en de overgangen ten aanzien van de vennootschap en van derden pas vanaf de datum van inschrijving in het register van aandelen gebeuren, en
b) na de inschrijving van de aandelenoverdracht in het register van aandelen de overdrager van de niet-volgestorte aandelen door de vennootschap en door derden niet tot volstorting kan worden aangesproken om bij te dragen in de na die inschrijving ontstane vennootschapsschulden. Omgekeerd: hij kan ná die inschrijving nog wél door de schuldeiser tot volstorting worden aangesproken, maar dan beperkt tot de voordien ontstane vennootschapsschulden.

Het WVV

Het WVV bevat nu wel een regeling, zowel voor de nv, als voor de bv. Art. 5:66 van het WVV bepaalt voor de bv dat bij overdracht van een niet-volgestort aandeel, zowel de overdrager als de overnemer, hoofdelijk gehouden zijn tot volstorting, tegenover de vennootschap én tegenover derden. Dat is dus strenger dan de oude wettelijke regeling voor de nv’s. en ook strenger dan wat Cassatie tot nu besliste voor de oude bvba’s.

Algemeen wordt echter aangenomen dat een aandelenoverdracht van niet-volgestorte aandelen die plaatsvond vóór de wetswijziging, ook nog geregeld wordt volgens de oude wettelijke bepalingen, en niet volgens de nieuwe.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]